Ontstaan

Ook al bestaat vrijmetselarij overal op deze aardbol, toch is er niet één overkoepelende organisatie. DE vrijmetselarij bestaat niet op die manier. Volgens de oude traditie is de eerste Grootloge (samengaan van vier plaatselijke loges) in 1717 in Londen het begin van de vrijmetselarij. Maar het kan niet anders of er waren ook elders al loges, die op een vergelijkbare manier functioneerden.

Toen de vrijmetselarij zich verder verspreidde ontstonden regionale en plaatselijke varianten. De vormgeving en teksten werden aangepast aan de groep, aan de cultuur, aan het land en aan de tijden waarin men leefde. Er is dus ook niet één vastgestelde tekst voor de ritualen. Er zijn vele versies geschreven, door mensen die uiteindelijk in hun opvattingen ook allemaal kinderen van hun cultuur en tijd waren – en zijn. Dat is een proces dat nog steeds gaande is.

In kleding en symboliek, in tradities en gebruiken, zijn er veel verschillen in de wereld, maar vooral overeenkomsten.

Steeds weer duiken er nieuwe theorieën op over het ontstaan van de vrijmetselarij of worden oude weer opgehaald. Wat we wel zeker weten is dat de Verlichting de vrijmetselarij zoals we die nu kennen, tot bloei heeft gebracht. De zeventiende eeuw is de periode van de Rede, het verstand. Niet wat autoriteiten verkondigen, hoeft de waarheid te zijn. Zelf nadenken en het bedrijven van wetenschap maakten het mogelijk tot eigen, nieuwe opvattingen te komen en ontdekkingen te doen over de ons omringende wereld.

Het spreekt vanzelf dat het instituut Kerk daarin geen rol diende te spelen. De opvatting dat de geestelijkheid de wijsheid in pacht zou hebben, past niet bij het zelfstandig denken en het bestuderen van de wereld. Dat houdt echter niet in dat geloof in een Opperwezen daarmee in tegenspraak zou zijn, in tegendeel. Er werd echter meer vrijheid opgeëist voor de eigen interpretatie daarvan.

Inmiddels is de vrijmetselarij meer dan 300 jaar oud. Er zijn uit allerlei stromingen, filosofieën en andere vormen van denken hier en daar elementen binnengekomen. Soms behouden, soms weer verdwenen. Wat niet kan stromen, sterft. Wat niet kan stromen, sterft. Vrijmetselaren waren destijds wars van opgelegde dogma’s. Dat is niet veranderd.